Verslag Schooltoneel

Ik weet niet waar ik thuishoor…

De piano heeft net de laatste toon gegeven. Drie gedaanten in zwarte capes komen het podium op. ‘Ik, Bertolt Brecht, ben de grootste stukkenschrijver sinds Shakespeare…’ We zijn weer begonnen. Links en rechts van het podium, in de coulissen, zitten we allemaal met ingehouden adem en onbeweeglijk te wachten. Geluid maken is verboden, maar wie van het podium komt, wordt door minstens dertig opgestoken duimen begroet. Hoewel we allemaal zeer bescheiden zijn, geven we graag toe dat we vol spanning zitten te wachten op het moment waarop we zelf het podium op mogen gaan en het publiek kunnen verrassen, ontroeren, laten lachen en nadenken. In het licht, midden op het podium je eerste zin zeggen of zingen, je eerste noot spelen en wéten dat alles wat je zegt, zingt op speelt je op het lijf geschreven is, dat je het stuk door en door kent en alleen jij het op net díe manier kan brengen… Geen gevoel is zo zalig!

Het harde werk dat aan dit gevoel vooraf gegaan is, zijn we allang vergeten. Maar de mensen die er al die tijd bij waren, vergeten we nooit. Mevrouw Claes, die overal tegelijk leek te zijn en elk detail onder de loep nam, meneer Cockelbergh, die zelfs zover ging dat hij mevrouw Vernimmen toestond een halve pot gel in zijn haar te wrijven (alles voor de kunst), de heren Matthynssens en meneer De Strooper, die zich bezighielden met muziek en zang, mevrouw Strobbe, die instond voor de administratie en de broodjes, mevrouw Vernimmen, die niet alleen opmerkingen gaf bij het ballet, maar het ook helemaal zelf voordeed, mevrouw Duwez, die geen specifieke taak leek te hebben, maar zich op elk vlak onmisbaar maakte en mevrouw Van Goethem, die zo lief was haar naaitalenten te gebruiken om drama’s (‘Ik lijk wel een aardappelzak!’) af te wenden.

Naast de voorstellingen zelf, was een ander hoogtepunt het repetitieweekend. Onze drummer testte de kwaliteit van de ‘geluidsdichte’ wand, die het repetitielokaal in twee verdeelde en ons zou toelaten tegelijk muziek en woord te repeteren. Helaas bleek er een aanzienlijk aantal gaten in te zitten, maar creatief als we zijn, wisten we onszelf in die paar vrije minuten prima bezig te houden. Met de bakfiets op de helling, over de helling, de beek in (‘Zitten we vast?’)!

Voor het eerst werden alle stukken na elkaar geplaatst: ‘Werkelijk, ik leef in donkere tijden! Ik, Bertolt Brecht, ben verjaagd uit mijn Heimat en de truck is stilgevallen. In mijn zakken heb ik geld, maar wat koop je nu nog voor dertig dollar?’

Twee dagen voor de première veroverden we de stadsschouwburg. Het werd onze natuurlijke habitat, ons persoonlijke eiland. De buitenwereld misten we niet: er was binnen meer dan genoeg te doen. Tijdens de pauzes speelden we Uno, Twister of amuseerden we ons met de instrumenten. Iedereen praatte en lachte met iedereen.

Na onze intrek in de stadsschouwburg konden we ons meer focussen op het geheel van het stuk: de overgang van de ene naar de andere scène, de massascènes… Geen enkel gedicht of liedje werd nog apart gerepeteerd en hoewel we bijna alle stukken uit ons hoofd kenden, zaten we keer op keer met z’n allen in de coulissen te luisteren, mee te zingen of te dansen.

De generale repetitie verliep vlekkeloos. Het eeuwenoude cliché ‘slechte generale, goede première’ is bij deze ontkracht. Voor die première waren we echter nog niet helemaal klaar: we kenden ons personage door en door, maar daarom leken we er nog niet op. Daar zorgden de meisjes van haarzorg wel voor! Maar ze deden meer dan dat: wie bij haartooi buitenkwam had niet alleen prachtige krullen en make-up, maar ook een goed humeur. Volgend jaar doen jullie allemaal mee!

Schrik dus niet, als je in de gangen iemand luidkeels ‘Oh, show us the way…’ hoort zingen, of iemand te pas en te onpas ‘Ik, Bertolt Brecht, ben stukkenschrijver…’ begint te citeren: het maakt allemaal deel uit van het ontwenningsprogramma. Nu nog zitten we bij wiskunde op het moment te wachten waarop we met z’n allen ‘Zitten we vast?’ kunnen zeggen. (Al is het bij velen eerder: ‘Ik heb het erg druk, ik bereid mijn volgende vergissing voor.’) En een sadistische ‘Hopla!’ (smalend en met passend gebaar) doet het ook altijd goed!

Emma Degroote

5GL